Wie over De Glasfabriek praat, kan niet om glas heen. Toch wilde Barcode Architects dat thema niet letterlijk of oppervlakkig inzetten. Glas moest in het plan geen gimmick worden, maar een drager van identiteit: iets dat het verleden van de plek verbindt met de nieuwe laag die eraan wordt toegevoegd.
“Al vroeg in het proces zijn we gaan zoeken naar hoe we het thema glas konden terugbrengen,” vertelt hij. “Je haalt uiteindelijk een fabriek weg waar miljarden flesjes zijn gemaakt. Voor ons moest glas terugkomen als verhaal, als geschiedenis, als identiteit.”
Dat gebeurt op verschillende manieren in het gebied. Soms subtiel, soms zichtbaarder. In architectonische details, maar ook in de landschappelijke opzet en in de manier waarop over de plek is nagedacht.
“Het leuke aan glas is dat het niet alleen een materiaal is, maar ook een beeld oproept,” stelt Dirk. “Het heeft iets vloeibaars, iets ambachtelijks, iets dat gevormd wordt. Dat idee hebben we op meerdere lagen geprobeerd mee te nemen, om die gedachte onderdeel te maken van de sfeer en de opbouw van het gebied.”

Het Glaspark als groen hart
Als er één element is dat de transformatie van De Glasfabriek ruimtelijk voelbaar maakt, dan is het het Glaspark. Het landschappelijke hart van het plan. Een ruimte die lucht geeft, verbindt, verzacht en de overgang markeert van industriële hardheid naar een nieuw, groener stadsleven.
“Wat we in samenwerking met DELVA Landschapsarchitects wilden maken, is een gebied met een duidelijke verblijfskwaliteit,” zegt Dirk. “Dat park is daarin cruciaal. Het brengt samenhang en maakt de wijk open.”
Het Glaspark zorgt niet alleen voor verblijfskwaliteit, maar ook voor biodiversiteit, wateropvang en verkoeling in een sterk versteend voormalig industriegebied. In een omgeving die jarenlang grotendeels verhard was, zorgen we met het landschapsplan voor radicale vergroening.
De menselijke maat
De landschappelijke kwaliteit werkt alleen als de schaal van het gebied klopt. En juist daar heeft De Glasfabriek volgens Dirk heel bewust op gestuurd. “We wilden hier heel nadrukkelijk werken met menselijke maat,” zegt hij. “Dus niet het gevoel van alleen maar grote volumes of torens, maar juist afwisseling. Verschillen in hoogte, hofstructuren, plekken die intiem aanvoelen, stukken waar het opener is. Dat maakt een gebied leesbaar en prettig.”
Voor Dirk zit daar een belangrijk verschil met veel andere stedelijke gebieden. De Glasfabriek zoekt niet de spanning van maximale dichtheid, maar de kwaliteit van ruimte, overzicht en nabijheid van een wijk.
“Het is niet als de Kop van Rotterdam-Zuid met anonieme woontorens,” zegt hij. “Hier kun je je als bewoner echt tot je omgeving verhouden. Je loopt door het gebied en je begrijpt waar je bent. Je ontmoet en ziet elkaar. Je leeft in het groen. Juist omdat veel nieuwe woonwijken steeds meer op elkaar beginnen te lijken, vonden we het belangrijk dat De Glasfabriek echt geworteld blijft in Schiedam en in de geschiedenis van deze plek”.
Dirk noemt het zelf “the best of two worlds”: de nabijheid van stedelijke voorzieningen, gecombineerd met de rust, het groen en de menselijke maat van een intieme woonomgeving.
“Dat is volgens mij precies wat deze plek bijzonder maakt,” stelt hij. “Een combinatie die je niet vaak op deze manier tegenkomt.”